Niet bouwen naar vraag, maar ontwikkelen naar behoefte

Hoogbouw (Fotograaf Victorien Koningsberger)In ‘probleemwijken’ willen we juist kleiner wonen. We weten alleen nog niet letterlijk dat dit is waar we behoefte aan hebben.

Het aantal eengezinswoningen in Nederland groeit, Nederlanders zijn steeds eenzamer en toch verlangen we ernaar samen te zijn. We weten alleen niet hoe.

Hoe dit moet zag ik tijdens mijn vakantie in Istanbul en daar heb ik een blog over geschreven.

Minder vierkante meters per woning

Hoe hoger de bevolkingsdichtheid, hoe meer ontmoeting er is. Daarom is het Istanbuls ontmoeten goed te implementeren in onze naoorlogse wijken met veel hoogbouw: de zogenaamde probleemwijken. De wijken die nog niet aangetast zijn door de huidige ‘gentrification’-aanpak zijn nog rijkelijk gevuld met grote families die niet met z’n allen in hun huis kunnen blijven zitten. Met kinderen die de straat op gaan en oude mannen die niet weten waar ze heen kunnen.

Deze wijken hebben nog een voordeel: de bebouwing in de naoorlogse buitenwijken zijn goed geschikt  voor ouderenwoningen en studentenwoningen. Waar het voor de grote gezinnen om financiële redenen noodzakelijk is om klein te wonen , hebben studenten en ouderen weinig ruimte nodig. Wat zij alle drie gemeen hebben, is dat zij graag faciliteiten in de buurt hebben waar zij elkaar kunnen ontmoeten. Ouderen wonen veelal alleen, zijn vaak slecht ter been en zoeken elkaar (lotgenoten van het ouder worden, kleiner wonen en alleen zijn) graag op. Studenten delen  de traditie te studeren en te feesten en het leed dat zij vaak alleen in een nieuwe stad komen. Zij zoeken elkaar dus ook graag op. Huisfeesten zijn wat mij betreft ook ontstaan door het gebrek aan betaalbare faciliteiten in de buurt. Alhoewel, het is typisch Nederlands om de huiskamer als een ontmoetingsplek voor vrienden en familie te zien. Tot slot moeten grote families buitenshuis een ontmoetingsplek zoeken, omdat ze binnen op elkaars lip zitten. Bovendien zit het vaak in hun aard om elkaar in groepen te ontmoeten.

Het is niet de architectuur die mislukt is, dit is slechts een perceptie van de beoordelaars in onze tijdgeest. Victorien Koningsbergen schreef haar scriptie over naoorlogse hoogbouw en concludeerde het volgende: ‘Architectuur moet worden gezien als uiting van de tijdgeest, architectuur als kind van zijn tijd.’ Problemen zijn volgens mij ontstaan door de programmering die niet (meer) past bij de huidige gebruikers. De oplossing voor probleemwijken lijkt mij het toevoegen van gewenste faciliteiten en woningen klein laten of nog kleiner maken. Zo creëer je de noodzaak voor de bewoners om elkaar te ontmoeten.

Meer faciliteiten per doelgroep

Bouwen naar vraag is daarom één van de slechtste oplossingen die ik ooit heb gehoord. Ook al heb ik deze zelf aangehangen. Mensen zullen nooit zeggen minder vierkante meters te willen, maar blijken gelukkiger te zijn wanneer zij veel contacten hebben in de buurt. Deze contacten krijgen zij alleen wanneer zij ook de kans krijgen elkaar te ontmoeten.

TheekransjeDoor kleine woningen aan te bieden binnen markten met schaarste en door verschillende faciliteiten te realiseren waar de doelgroepen behoefte aan hebben, kan deze ontmoeting gerealiseerd worden. En als dit betekent dat er theehuizen komen waar alleen mannen komen, wandelclubs voor oudere dames en ‘gedeelde huiskamers’ waar alleen studenten te vinden zijn, maakt dat niet uit. Als er voor ieder maar een plek is waar hij of zij kan ontmoeten. Zo gaat dit in Istanbul, in de stad waar Oost en West elkaar ontmoeten, ook.

Als marketeer vind ik daarom dat ik onderzoek moet doen naar de faciliteiten die de bewoners nodig hebben en het ondernemerschap dat aanwezig is om dit te realiseren. Niet naar de kleur plint die de bewoners prefereren. We bouwen niet letterlijk naar vraag, maar we programmeren naar behoefte. Tradities en trends tonen aan waar men behoefte aan heeft. Interviews kunnen dit bevestigen of ontkennen en nieuwe ingevingen geven.

Verschillende mensen vragen me: ‘Hoe kunnen we nu zorgen dat we een gebouw of gebied kunnen vermarkten zoals Steve Jobs de iPhone heeft vermarkt?’. Op deze manier! Door te bieden waar men blijkbaar behoefte aan had. Door tradities te kennen (mobiel bellen), door trends en ontwikkelingen te volgen (mobiel internet) en door verbanden te leggen (iPhone).

The following two tabs change content below.
Studente Kunstmanagement aan de kunstacademie in Utrecht (HKU) Interesses: locatiemarketing, netwerkvorming, architectuur, binnenstedelijke revitalisatie; transformatie van leegstand.

2 Reacties

  1. Beste Bas,

    Bedankt voor je reactie! Absoluut een kans in de markt, is het 3.0 ontwikkelen? Ik denk echter dat het een ander soort ontwikkeling is dan ik beschrijf. Één die in een andere blog naar voren kan komen. Deze blog gaat over de mensen die juist niet zelf willen ontwikkelen. Dit is zeker 70% van de mensen en ik focus me op wijken waar vooral de lagere- en middenklasse wonen. Juist deze mensen weten niet letterlijk wat zij willen, omdat dit niet is waar zij mee bezig zijn. Voor studenten geld dit allicht alleen voor deze periode. Inderdaad, de groep zelfontwikkelaars groeit, maar deze heeft de markt niet voor 100% in bezit.

    reageren
  2. Een leuke manier van omdenken, maar waarom niet een stap verder gezet? Behoefte en vraag komen bij elkaar waar het gaat om gezamenlijk wonen in zelfbeheer.

    Er is een sterk groeiende vraag naar wonen in een community, met een aantal gedeelde voorzieningen, en met zeggeschap over je eigen leefomgeving. Daarbij komen de verhalen bij elkaar. In plaats van dat je mensen in te kleine ruimtes huisvest, zonder dat de buurt in ontmoetingsplaatsen voorziet, kun je ook groepen huisvesten, en ze deze voorzieningen zelf laten oprichten.

    Denk bijvoorbeeld aan een woongemeenschap van gezinnen en ouderen, die ieder hun eigen appartement hebben, en daarnaast een gemeenschappelijke ruimte, tuin en een openbare functie zoals een theatertje, een galerie of een buurtkantine. De bewoners hebben coöptatierecht, huren of kopen als collectief, en zorgen en beslissen zelf over hun gezamenlijke pand en (groen)voorzieningen.

    Je slaat dan veel meer vliegen in één klap. Wonen in een woongroep is goedkoper, per persoon heb je minder ruimte nodig omdat er gezamenlijke ruimtes zijn, het bevordert de sociale cohesie en zelfredzaamheid enorm, en een beter voorbeeld van burgerkracht kun je niet vinden.

    Wonen 2.0 heeft wat mij betreft de toekomst.

    reageren

Geef een reactie

Google+