De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft een aantal vragen en antwoorden op een rijtje gezet over de verlaging van de overdrachtsbelasting.

Voor het gemak staan ze hier ook vermeld.

 

Vraag:
Is het besluit van 1 juli 2011, nr. BLKB 2011/1290M, wel van toepassing, omdat het pas in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en plaatsing in de Staatscourant nog niet heeft plaatsgevonden?

Antwoord:
Ja, het besluit is echt van toepassing. Het is afgelopen vrijdag gepubliceerd op www.rijksoverheid.nl en hiermee is het officieel bekendgemaakt beleid waarop publiek en notariaat mogen vertrouwen, vooruitlopend op publicatie in de Staatscourant. Deze plaatsing is nog slechts een formaliteit en zal morgen plaatsvinden. De enige reden waarom publicatie nog niet heeft plaatsgevonden, is dat dit om technische redenen nog niet mogelijk was. Dit is ons officieel door de Belastingdienst bevestigd.

Vraag:
Wat gebeurt er als het wetsvoorstel waarover het besluit rept niet wordt aangenomen?

Antwoord:
De Belastingdienst heeft ons bevestigd dat de werking van het besluit dan niet met terugwerkende kracht zal worden beëindigd. De Belastingdienst verwacht overigens dat het wetsvoorstel zonder meer zal worden aangenomen, omdat dit van tevoren met alle betrokken partijen (ook de Tweede Kamer) is afgestemd.

Vraag:
Geldt de 2% ook voor tweede woningen en recreatiewoningen, al dan niet verhuurd?

Antwoord:
Ja, de 2% geldt ook voor tweede woningen en recreatiewoningen, mits het woningen betreft die naar hun aard zijn bestemd voor bewoning door particulieren.

Vraag:
Wat wordt verstaan onder de overgangsperiode, die in het afgelopen vrijdag gepubliceerde bericht van de Belastingdienst wordt vermeld?

Antwoord:
Het betreft de periode met ingang van 15 juni 2011 tot (en met) 1 juli 2011 waarin de notaris 6% overdrachtsbelasting heeft ingehouden, aangegeven en afgedragen, omdat nog niet bekend was dat het tarief met ingang van 15 juni 2011 2% zou bedragen.

Vraag:
Hoe vindt de afhandeling van eerder gepasseerde akten plaats?

Antwoord:
Het besluit van 1 juli 2011 heeft terugwerkende kracht tot en met 15 juni 2011 en is dus ook van toepassing op akten die vóór de bekendmaking daarvan al waren gepasseerd. In deze akten is melding gemaakt van 6 % overdrachtsbelasting. Het bijbehorende bedrag is meestal ook al in de voetverklaring vermeld.

Deze akten kunnen als volgt worden afgehandeld:

  1. Akten die al ter registratie zijn aangeboden en waarbij de overdrachtsbelasting al is betaald
    In deze gevallen wordt door de Belastingdienst uitsluitend restitutie van de teveel betaalde overdrachtsbelasting verleend op schriftelijk verzoek van de notaris namens de verkrijger. De notaris dient een verzoek tot restitutie te doen aan de Registratie-Unit van de Belastingdienst waarbij de akte wordt geregistreerd. Hierna wordt vermeld hoe de notaris dit verzoek kan doen.
  2. Akten die al ter registratie zijn aangeboden en waarbij de overdrachtsbelasting niet is betaald
    In dit geval kan de notaris volstaan met het afdragen van de verschuldigde 2 % overdrachtsbelasting, mits een verzoek tot vermindering is gedaan aan de Belastingdienst en daarop positief is beslist. Dit verzoek dient volgens opgave van de Belastingdienst door de notaris namens de verkrijger te worden gedaan. Hierna wordt vermeld hoe de notaris dit verzoek kan doen.
  3. Akten die nog niet ter registratie zijn aangeboden
    In deze gevallen moet de aangifte voor de overdrachtsbelasting nog worden gedaan. Het is aan te bevelen in die gevallen de informatie in de akte vóór de aanbieding ter registratie aan te vullen met een extra voetverklaring. In deze voetverklaring kan worden vermeld dat – in afwijking van de informatie in de akte en de eerdere voetverklaring – 2 % overdrachtsbelasting wordt aangegeven. Een voorbeeld van een dergelijke voetverklaring:
    Ondergetekende, mr. …, notaris met plaats van vestiging …, verklaart namens de verkrijger* dat in afwijking van het vorenstaande, gezien het beleidsbesluit van een juli tweeduizend elf, nummer BLKB 2011 / 1290 M, aan overdrachtsbelasting is verschuldigd een bedrag van … 

    * De notaris doet de aangifte namens de verkrijger (art. 21a Uitvoeringsregeling AWR). Indien de eerdere voetverklaring is opgesteld “namens partijen” is het raadzaam ook de extra voetverklaring “namens partijen” te plaatsen, omdat hiermee de eerdere voetverklaring wordt gecorrigeerd.

Vraag:
Wordt restitutie uitbetaald aan de notaris of aan de cliënt?

Antwoord:
De restitutie wordt uitbetaald aan de notaris. De KNB heeft de Belastingdienst gewezen op de extra uitvoeringslasten voor het notariaat en aangegeven dat de notaris voor het extra werk doorgaans kosten in rekening zal brengen bij zijn cliënt. De Belastingdienst heeft daarop aangegeven dat het niet mogelijk is de betaling rechtstreeks aan de verkrijger te doen omdat het gehele betalingsverkeer is ingericht op betaling via de notaris.

Vraag:
Wat wordt in het besluit onder de “datum van verkrijging” verstaan: de datum van de akte of die van de inschrijving bij het Kadaster?

Antwoord:
De datum van de akte is volgens de Belastingdienst bepalend (zie ook art. 8 Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970).

Vraag:
De verkrijger van de woning is een BV of een andere rechtspersoon. Geldt dan ook de 2%?

Antwoord:
Ja, het gaat om het object van de verkrijging, een woning in de zin van het besluit van 1 juli jl, en niet om wie de woning verkrijgt. Dit is ons door Financiën bevestigd.

Verder heeft de KNB diverse praktijkvragen voorgelegd aan het ministerie van Financiën. De verwachting is dat deze vragen vandaag of morgen worden beantwoord. De vragen en antwoorden zullen vervolgens op Notarisnet worden geplaatst.

Bron: ntrs.nl

The following two tabs change content below.
Grondlegger van de De Scherpe Pen waar hij samen met andere bloggers kritisch over de makelaardij schrijft. Oprichter van de vergelijkingssite voor makelaars WieisdeBesteMakelaar.nl waarmee hij zowel consumenten als makelaars ondersteunt.
Google+