Op het FD kwam ik vandaag een fantastisch artikel tegen.

Rozemarijn Schalkx is op zoek naar een koopwoning en komt erachter dat zij de taal van de makelaar moet leren spreken. ‘Gezellig’ en ‘knus’ bleken aanduidingen voor piepklein, zo verteld zij.

Daar stond ik dan in een volgens de makelaar ‘leuke eengezinswoning met royale achtertuin in een rustige en centraal gelegen kindvriendelijke wijk’. Voor de deur was een groep jongens met wisselend succes aan het proberen om hun brommer te berijden, enkel balancerend op het achterwiel. Ik keek om me heen.

Opknapper

Bouwval - de taal van de makelaarDe woonkamermuren waren afgebladderd en het stoffelijk overschot van een keukenblok lag in een hoek op de kale grond te jeremiëren. De slaapkamers hadden schuine daken die gifgroen waren geschilderd om vochtplekken te camoufleren. De bedrading zou levensgevaarlijk zijn als er nog stroom was. De veel te grote tuin lag zo vol beton dat ik me afvroeg of er zojuist een middelgrote bunker was opgeblazen.

‘Het is wel een opknapper’ zei de makelaar. Als dit huis een opknapper was, was het conflict in het Midden-Oosten een verschil van inzicht en succesvolle samenwerking tussen de linkse partijen vrijwel rond. Ik had afgebrande panden gezien die in betere staat waren. Dit huis moest vanaf de kruipruimte tot de nok toe worden gerenoveerd om enigszins toonbaar te worden.

Andere voorstelling

bos tulpen op tafelIk had me mijn eerste bezichtiging van een koophuis anders voorgesteld. In woonprogramma’s op televisie zie je uitsluitend leuke jonge mensen die rondkijken in keurige frisse woningen met een gezellige inrichting en een bos tulpen op tafel. De keuze wordt gemaakt en de champagneflessen knallen om de koop te vieren. Tot slot zie je een stylist drie schrootjes van de muur trekken om te illustreren hoe eenvoudig het is om je huis tienduizend euro in waarde te doen stijgen.

Mijn bezoek was een wake-up call; de werkelijkheid leek in niets op de taferelen uit de TV-Makelaar of op de omschrijvingen van makelaars. Als ik een huis wilde vinden, zou ik makelaarstaal moeten leren begrijpen. Ik wist in ieder geval dat ik geen ‘opknapper’ moest hebben als ik wilde voorkomen dat ik huizen aangeboden kreeg die eruitzagen alsof ze gebombardeerd waren.

Taal van de makelaar

Een blik op de kaart leerde dat ‘goede locatie, nabij uitvalswegen’ betekent dat je gillend gek wordt van het geraas van een snelweg. In een huis dat ‘geheel aangepast kan worden aan de wensen van de nieuwe eigenaar’ ontbreken badkamer en keuken. In een ‘bruisende’ (ook wel ‘levendige’) wijk wonen mensen die geluidsoverlast veroorzaken. ‘Gezellig’ en ‘knus’ bleken aanduidingen voor piepklein. Nu ik de taal sprak van de makelaar, kon ik hem ook uitleggen wat ik zocht. Ik gaf hem de opdracht op zoek te gaan naar een centraal en toch rustig gelegen ruime en rustieke stadsvilla met voldoende eigen grond en authentieke details in een uitmuntende wijk.

Rozemarijn Schalkx is werkzaam in het hoger onderwijs.

The following two tabs change content below.
Grondlegger van de De Scherpe Pen waar hij samen met andere bloggers kritisch over de makelaardij schrijft. Oprichter van de vergelijkingssite voor makelaars WieisdeBesteMakelaar.nl waarmee hij zowel consumenten als makelaars ondersteunt.
Google+